Door de jaren heen zijn er verschillende zwemslagen ontstaan. Zwemslagen zijn manieren om je eigen voort te bewegen in water. Op deze pagina zie je een kleine uitleg per zwemslag. Je kunt natuurlijk altijd op de training vragen aan je trainer om wat extra uitleg.


Vlinderslag is de zwaarste en moeilijkste slag. Twee armen tegelijk over het water kost enorm veel kracht. Dit was één van de favoriete slagen van de bekende zwemster Inge de Bruijn. Een echte uitdaging dus!

Rugslag is de enige slag die niet wordt gestart vanaf het startblok en de enige slag op de rug. Vooral een hoog arm tempo en een goede onderwater fase zijn goed voor de rugslag. Een mooie slag om te zien, vooral de start.

Schoolslag lijkt één van de makkelijkste slagen. Maar dat is het zeker niet! Er zijn zoveel manieren om de schoolslag te zwemmen, dat je snel kan gaan met verschillende technieken. Je kunt je er dus goed in specialiseren.

Borstcrawl, ook wel de vrije slag, is de snelste slag, en wordt ook het meest gezwommen op trainingen. Op wedstrijden is het meestal de belangrijkste slag. Gelukkig is de slag niet moeilijk, dus jullie kunnen het ook leren!

Stuwbewegingen
Een stuwbeweging is een beweging waarmee je je eigen voor uit duwt. Je duwt je eigen naar de richting, waar je naar toe wil zwemmen. Deze beweging is altijd in de achterwaarts richting van de zwemrichting.

Contrabeweging
Een contrabeweging is een beweging waarmee je terug gaat naar de stuwbeweging. Door de contrabeweging uit te voeren, ga je tegen de richting in van de voortbeweging waardoor er weerstand ontstaat.

Zoeken